Van Land's End naar John O'Groats – drie dagen afzien, een avontuur om nooit te vergeten
Er zijn rally's waarbij het draait om snelheid. Er zijn rally's waarbij vooral de prachtige routes centraal staan. En dan is er de LEJOG, de Land's End to John O'Groats Reliability Trial. Een rally die in heel Europa bekendstaat als misschien wel de zwaarste endurance-rally voor klassieke auto's.
In december 2004 stonden wij aan de start met onze Triumph TR3 uit 1960. Geen moderne hulpmiddelen, geen GPS, geen smartphone en geen digitale routeboeken. Alleen een kaartlezer, een bestuurder, negentien landkaarten, een tripmaster, een stopwatch en een auto die inmiddels ruim veertig jaar oud was. Meer hadden we niet nodig. Of beter gezegd: meer hadden we niet.
De rally zelf duurde slechts drie dagen, maar het avontuur begon al eerder. Vanuit Nederland reden we naar het uiterste zuidwesten van Engeland, waar Land's End het decor vormde voor de start. Daarna volgden drie dagen waarin nauwelijks tijd bestond. Slapen werd een luxe, eten gebeurde wanneer het kon en iedere minuut draaide om kaartlezen, regularities, behendigheidsproeven en het op tijd vinden van de volgende controlepost.
De route voerde ons door Cornwall, over de smalle wegen van Wales en uiteindelijk dwars door de Schotse Hooglanden naar John O'Groats. Overdag reden we over kronkelende binnenwegen en militaire oefenterreinen, 's nachts zochten we onze weg over modderige bospaden waar alleen de bescheiden koplampen van de Triumph het volgende kruispunt zichtbaar maakten. De geur van natte bossen, het geluid van regenwater onder de banden, de stilte van de Hooglanden en de voortdurende concentratie maakten deze rally tot een ervaring die veel verder ging dan alleen autorijden.
Juist de samenwerking tussen bestuurder en navigator werd tijdens de LEJOG voortdurend op de proef gesteld. Eén verkeerd gelezen kaartfragment, een gemiste afslag of een moment van vermoeidheid kon uren voorbereiding in één keer tenietdoen. Toch groeiden we gedurende de rally steeds meer naar elkaar toe. Zonder veel woorden wisten we wat de ander nodig had. Dat bleek uiteindelijk misschien wel onze grootste kracht.
Het weer werkte verrassend goed mee. Het was koud, de wegen waren modderig en soms hing er een dichte nevel boven de bossen en de Schotse heide, maar sneeuw en ijzel bleven uit. Daardoor bleef de strijd eerlijk: niet tegen de winter, maar tegen de klok, de vermoeidheid en onszelf.
Bij de finish dachten we heel even: dit doen we nooit meer.
Nog geen vierentwintig uur later vroegen we ons af wanneer de inschrijving voor volgend jaar eigenlijk zou openen.
Dat is misschien wel de beste omschrijving van de LEJOG.
Een rally waar je tijdens het rijden soms aan twijfelt, maar waar je de rest van je leven met een glimlach op terugkijkt.
En dat avontuur begon in een klein hotelletje in Penzance, vlak bij Land's End…
Dag 1 -Op weg naar het uiterste puntje van Engeland
De LEJOG was officieel nog niet begonnen, maar voor ons voelde het avontuur al zodra we de Triumph TR3 uit 1960 richting Hoek van Holland stuurden. De auto was tot in de puntjes voorbereid. Gereedschap, reserveonderdelen, kaarten, rallymateriaal en warme kleding hadden allemaal hun vaste plek gekregen. In de dagen die zouden volgen moest alles kloppen. Niet alleen de techniek van de auto, maar vooral de samenwerking tussen bestuurder en navigator.
Aan boord van de snelle Stena Line HSS verdween de Nederlandse kust langzaam achter de horizon. In ongeveer vier uur bracht de boot ons naar Harwich. Tijdens de overtocht bladerden we nog eens door het routeboek en spraken we de planning door. De echte spanning was er nog niet, maar we voelden allebei dat er iets bijzonders voor de deur stond. Over een paar dagen zouden we aan de start staan van wat velen de zwaarste endurance-rally voor klassieke auto's van Europa noemen.
Na aankomst in Harwich begon de lange rit dwars door Engeland. Via Colchester bereikten we de drukte van de M25 rond Londen. Het verkeer vroeg alle aandacht, maar zodra we de hoofdstad achter ons lieten, werd het rijden weer ontspannen. Over de M3 en later de M27 trokken we zuidwestwaarts, waarna de A31 ons steeds verder richting Devon en Cornwall bracht.
Onderweg reden we door het New Forest, waar de eerste pony's rustig langs de weg stonden te grazen. Het landschap veranderde langzaam. De wegen werden smaller, de heggen hoger en de dorpen steeds karakteristieker. Even laterpasseerden we Stonehenge. Zelfs vanaf de weg blijft het een bijzondere plek. De eeuwenoude stenen staken af tegen de grijze winterlucht en herinnerden eraan hoeveel geschiedenis Engeland in zich draagt.
Tegen de avond bereikten we eindelijk Penzance, vrijwel aan het einde van Engeland. Ons hotel bleek precies zoals je hoopt dat een Engels familiehotel eruitziet: klein, sfeervol en met slechts tien kamers. Het mooiste detail ontdekten we pas later. In de lounge stond een zelfbedieningsbar. Geen personeel, geen kassa, alleen een schriftje waarin je eerlijk noteerde welk drankje je had gepakt. Simpeler kon bijna niet, maar juist dat gaf het hotel zoveel charme.
Voordat we de dag afsloten, maakten we nog een korte rit naar het haventje van Penzance. De vissersboten lagen rustig in het water en de lichtjes weerspiegelden in de haven. Op een terras aan het water genoten we van een uitstekend diner terwijl we uitkeken over de baai. De gesprekken gingen vanzelf steeds vaker over de komende rally. Hadden we echt aan alles gedacht? Zouden de kaarten volledig zijn? En zou de oude Triumph zich net zo betrouwbaar gedragen als tijdens alle voorbereidingen?
Toen we later terugliepen naar het hotel, voelde het alsof de wereld steeds kleiner werd. Achter ons lag de lange reis vanuit Nederland. Voor ons wachtte Land's End, het officiële begin van een avontuur dat ons bijna 2.000 kilometer verder naar het uiterste noorden van Schotland zou brengen.
Morgen zou de voorbereiding plaatsmaken voor de eerste echte rallyspanning.
Dag 2 - De stilte voor de storm
Na de lange reis van gisteren voelde het bijna vreemd om geen honderden kilometers voor de boeg te hebben. Toch stond er misschien wel een van de belangrijkste dagen van de hele week op het programma. Vandaag draaide alles om de laatste voorbereidingen. Morgen zou er geen tijd meer zijn om iets te herstellen of nog even rustig na te denken. Dan begon de LEJOG echt.
Na het ontbijt reden we naar Land's End, het uiterste zuidwestelijke punt van Engeland. Ondanks de frisse decemberlucht hing er een ontspannen sfeer. Overal stonden klassieke auto's opgesteld: Triumphs, MG's, Jaguars, Bentleys en andere rallyklassiekers. De ene deelnemer controleerde nog een lampje, een ander lag half onder zijn auto om iets na te trekken. Iedereen wist dat betrouwbaarheid tijdens deze rally minstens zo belangrijk was als snelheid.
Onze Triumph TR3 moest zich eerst bewijzen bij de technische keuring. De verlichting werd zorgvuldig gecontroleerd, want een groot deel van de rally zou zich in het donker afspelen. Daarna volgde de geluidsmeting van de uitlaat. Even hielden we onze adem in toen de decibelmeter naast de auto werd geplaatst, maar de oude Triumph kwam zonder problemen door de controle. Vervolgens werden de rallyschilden en startnummers gemonteerd. Ineens voelde de auto niet meer als onze sportwagen voor mooie toerritten, maar als een echte rallyauto.
Daarna meldden we ons bij de organisatie voor de laatste documentencontrole. Pas toen alle formulieren waren afgestempeld en de routebescheiden waren uitgereikt, drong het echt door: morgen stonden we aan de start van Europa's zwaarste endurance-rally voor klassieke auto's.
Om de tripmaster nauwkeurig af te stellen reden we de verplichte ijkroute, een korte bol-pijltest. Iedere meter telde. Een kleine afwijking aan het begin van de rally kon later grote gevolgen hebben tijdens de vele regularities en kaartleesproeven. Terwijl we samen de afstanden controleerden, merkten we opnieuw hoe belangrijk onze samenwerking zou worden. Bestuurder en navigator moesten de komende dagen volledig op elkaar kunnen vertrouwen.
Terug in het hotel veranderde de kamer langzaam in een geïmproviseerd rallykantoor. Op tafel lagen negentien kaarten uitgespreid. Potloden, linialen, markeerstiften en notities lagen overal verspreid. Urenlang tekenden we de bekende controlepunten en belangrijke referenties op de kaarten in. Buiten werd het langzaam donker, terwijl binnen alleen het geritsel van papier en af en toe een korte vraag de stilte doorbrak.
Pas toen alles zorgvuldig was voorbereid, legden we de kaarten netjes op volgorde. Morgen zouden ze ons letterlijk de weg wijzen van Land's End naar het noorden van Groot-Brittannië.
Net als de avond ervoor liepen we nog één keer naar het gezellige haventje van Penzance. In hetzelfde restaurant genoten we van een uitstekend diner met uitzicht over de verlichte haven. De gesprekken waren anders dan gisteren. Waar we eerst vooral verwachtingsvol waren, voelde nu iedereen de gezonde spanning. Aan de tafels om ons heen zaten andere equipes die hun strategie nog eens bespraken of juist probeerden nergens meer aan te denken.
Terug in het hotel schreven we, net als gisteren, onze drankjes keurig op het bekende lijstje bij de zelfbedieningsbar. Daarna zochten we vroeg onze kamer op. De routeboeken lagen klaar, de kaarten waren voorbereid en de Triumph stond startklaar voor de deur.
Morgen om acht uur begon het avontuur waar we maanden naartoe hadden geleefd.
Dag 3 - De eerste beproeving – de nacht waarin Wales geen einde leek te hebben
Om 07.50 uur meldden we ons bij de starttafel in Land's End. Nog tien minuten. De spanning die gisteren al voelbaar was, hing nu bijna tastbaar in de lucht. Auto na auto verdween van het startpodium. Om precies 08.00 uur was het onze beurt. De tijdkaart kreeg de eerste stempel, de motor van de Triumph klonk vertrouwd en met een brede glimlach reden we de zwaarste endurance-rally van Europa tegemoet.
Nog op het terrein van Land's End wachtte de eerste behendigheidsproef. Het stelde weinig voor, maar was precies genoeg om de zenuwen te voelen. Daarna volgden de eerste kaartleestrajecten langs de ruige westkust van Cornwall. Smalle wegen kronkelden tussen hoge heggen en kleine dorpjes door. Het voelde nog bijna als een mooie toertocht, al moesten we ondertussen voortdurend scherp blijven op tijdcontroles en routeopdrachten.
Die ontspannen sfeer verdween zodra de eerste testen op afgesloten terreinen begonnen. Op RAF Portreath Airport werd de Triumph stevig aan het werk gezet. Niet de snelheid telde, maar nauwkeurigheid. Iedere pion, iedere bocht en iedere seconde konden het verschil maken.
Via Chiverton Cross, Camelford en South Molton volgden de kilometers elkaar in hoog tempo op. Bij de Porlock Toll Road wachtte opnieuw een behendigheidsproef, waarna een langer verbindingstraject richting Bristol even gelegenheid gaf om op adem te komen. Dat bleek hard nodig, want tijdens de pauze bij Magor Services aan de M4 beseften we dat de rally eigenlijk nog maar net begonnen was.
Na het vallen van de avond veranderde alles.
Op het militaire oefenterrein van Caerwent reden we een intensieve bol-pijlregularity van een half uur. Om de vijftig tot honderd meter verscheen een kruising. Het tempo lag hoog en er was geen moment om na te denken. De aanwijzingen volgden elkaar zo snel op dat bestuurder en navigator volledig op elkaar moesten vertrouwen. Eén seconde aarzelen betekende direct kostbare tijd verliezen.
Daarna reden we Wales binnen. De wereld werd donker. Niet gewoon donker, maar écht donker. Er was geen maan, geen straatverlichting en nauwelijks verkeer. Alleen de bescheiden koplampen van onze Triumph verlichtten het smalle lint asfalt voor ons.
Na Llanddew begonnen de eerste kaartleestrajecten over onverharde boswegen. De geur van natte aarde en dennen hing tussen de bomen. De wegen veranderden langzaam in modderige paden, vol plassen en diepe sporen. Rond Llyn Brianne Dam werd het landschap nog indrukwekkender. Overdag moet het hier prachtig zijn, dachten we, maar nu zagen we nauwelijks meer dan de reflectie van onze koplampen op het natte wegdek.
Alsof de omstandigheden nog niet uitdagend genoeg waren, voelden we ineens de achterkant van de auto vreemd bewegen.
Een lekke band.
Midden in het bos.
Geen huizen, geen verlichting en geen andere deelnemers in zicht.
We zetten de krik onder de auto, maar die zakte direct weg in de zachte modder. Pas nadat we een stevige plank onder de krik hadden gelegd, kregen we de Triumph omhoog. Terwijl de bestuurder het wiel wisselde, hield de navigator een kleine zaklamp vast om in het schaarse licht de wielmoeren er weer op te krijgen. Minuten voelden ineens als seconden. Toch bleven we opvallend rustig. Juist op zulke momenten merkten we hoe goed we inmiddels als team functioneerden.
Met enige vertraging vervolgden we onze weg door de bossen. Via Sweet Lamb Motorsport Complex, Mallwyd en Aber Cywarch wachtte diep in de nacht nóg een kaartleessectie over onverharde wegen. De modder spatte tegen de spatborden, de ruiten moesten voortdurend worden schoongeveegd en de concentratie mocht geen moment verslappen.
Rond kwart voor twee begon de laatste regularity van de dag. We waren inmiddels al bijna achttien uur onderweg. Vermoeidheid begon zich voorzichtig te melden, maar vreemd genoeg reden we steeds meer op routine. De aanwijzingen kwamen bijna vanzelf, de samenwerking liep geruisloos.
Op de verharde weg richting het hotel gebeurde nog iets bijzonders. Vanuit het donker verschenen er twee grote koplampen in de spiegel, een auto die langzaam maar onverbiddelijk dichterbij kwam. Even later werd onze Triumph ingehaald door een Bentley 4 1/2 litre Le Mans Tourer uit 1929. Statig, krachtig en verrassend snel verdween hij in de nacht.
Even na drie uur 's nachts parkeerden we eindelijk bij het hotel in Chester.
We waren moe, vies van de modder en nog maar één rallydag onderweg.
Toch voelden we allebei hetzelfde.
Als dit pas het begin was... wat zou ons morgen dan nog te wachten staan?
Dag 4 - Rustiger tempo, maar geen moment verslappen
Na de intensieve eerste rallydag voelde het ontbijt in Chester bijna onwerkelijk rustig. De Triumph stond buiten nog onder een laagje opgedroogde modder van de nachtelijke rit door Wales. Terwijl we de auto controleerden en de kaarten opnieuw klaarlegden, kwamen de herinneringen van de afgelopen uren langzaam terug. De donkere bossen, de onverharde paden, de lekke band en het moment waarop we uiteindelijk na drie uur ’s nachts het hotel bereikten.
Toch was er weinig tijd om lang na te genieten. De rally ging verder. Vandaag stond een relatief rustigere dag op het programma, maar bij een endurance-rally betekent rustig vooral: minder lange nachten en minder extreme trajecten. De concentratie moest nog altijd maximaal blijven.
Om 09.00 uur vertrokken we vanuit Chester richting het noorden. De route voerde ons opnieuw over karakteristieke Engelse wegen, door kleine dorpen en glooiende landschappen. De ochtendmist hing nog tussen de velden en op sommige plaatsen lagen de wegen er zwaar en modderig bij. De Triumph voelde inmiddels volledig vertrouwd. Na de avonturen van gisteren leek de auto bijna opgelucht weer over normale wegen te mogen rijden.
Via Clapham reden we richting een van de bijzondere punten van de dag: de Tan Hill Inn, de hoogstgelegen pub van Engeland. Midden in het ruige landschap van de Yorkshire Dales ligt dit karakteristieke gebouw op een plek waar je vooral stilte verwacht. Even parkeren, uitstappen en de benen strekken voelde bijna als een luxe. Rondom ons lagen lege heuvels en kronkelende wegen waar nauwelijks verkeer kwam.
Maar de rally draaide niet alleen om mooie trajecten. De testen maakten opnieuw duidelijk waar LEJOG om bekendstaat. Op de Warcop Army Training Area volgden tussen 14.30 en 16.00 uur maar liefst zeven verschillende proeven. Op afgesloten terreinen werd de auto getest op precisie, beheersing en samenwerking. Hier ging het niet om spectaculaire snelheid, maar om foutloos uitvoeren. De navigator moest scherp blijven en de bestuurder moest precies doen wat nodig was.
Na Warcop volgde een regularity richting Stanhope. Het tempo wisselde voortdurend. Soms reden we ontspannen door een prachtig landschap, even later zaten we weer volledig gefocust op de volgende aanwijzing. Dat contrast maakte deze rally zo bijzonder: genieten van de omgeving en tegelijkertijd geen seconde vergeten dat iedere minuut telde.
Aan het einde van de middag wachtte een van de meest opvallende proeven van de hele rally: de beroemde 55 yard rivieroversteek bij Stanhope Ford. De Triumph zakte voorzichtig het water in. Het was geen diepe rivier, maar het idee om met een klassieke sportwagen letterlijk door een rivier te rijden gaf toch een bijzonder gevoel. Water spat omhoog over de motorkap, de banden zoeken grip en aan de overkant wacht gelukkig weer vaste grond.
De laatste test van de dag vond plaats bij de dam van het Derwent Reservoir. Een passende afsluiting van een dag waarin vooral nauwkeurigheid en uithoudingsvermogen centraal stonden.
Rond 18.30 uur bereikten we het hotel in Newcastle upon Tyne. In vergelijking met de vorige nacht voelde dit bijna als een normale aankomst. Tijd voor een maaltijd, een warme douche en vooral rust. Want iedereen wist wat er morgen zou komen.
De zwaarste dag van de hele LEJOG stond voor de deur.
Een etappe van 27 uur waarin de klok nauwelijks stil zou staan.
Dag 5 - De ultieme beproeving – 27 uur door de duisternis naar het noorden
Er zijn momenten tijdens een rally waarop je beseft dat alles waar je de afgelopen dagen voor hebt getraind, nu samenkomt. De derde rallydag van de LEJOG was zo’n moment. Niet zomaar een etappe, maar de dag waar iedereen vooraf over sprak. Een traject van 27 uur, van Newcastle upon Tyne naar John O’Groats. Een ware test van mens, machine en samenwerking.
Om 07.00 uur stonden we klaar voor vertrek. De Triumph TR3 had de eerste zware rallydagen goed doorstaan. De modder van Wales zat nog steeds op de auto, maar technisch was alles in orde. We controleerden nog één keer de essentiële zaken en namen onze plaats in. Vanaf nu draaide het niet alleen meer om rijden, maar vooral om volhouden.
De ochtend begon met verschillende testen, bol-pijl opdrachten en kaartleestrajecten. De route voerde ons steeds verder noordwaarts. Bij Rochester Bridge wachtte rond 09.50 uur een volgend onderdeel en daarna volgde een geheim traject waarin verschillende navigatiesystemen werden gebruikt. Juist die afwisseling maakte de LEJOG zo uitdagend. Je wist nooit precies wat het volgende uur zou brengen.
Rond het middaguur bereikten we de omgeving van de Queensferry Bridge over de Firth of Forth. De enorme brug vormde een indrukwekkend decor voor onze korte pauze in de Hawes Inn. Even konden we de benen strekken en genieten van het uitzicht. Maar lang bleef het niet rustig. De kaarten moesten weer open, de tijd gecontroleerd en de volgende sectie voorbereid.
Daarna volgde het Knockhill Racing Circuit, waar opnieuw een test op het programma stond. Drie ronden rijden in exact dezelfde tijd, tenminste dat was de bedoeling. Van een circuit naar de Schotse Hooglanden; precies die variatie maakte deze rally uniek. De wegen werden stiller, de landschappen ruimer en de bebouwing verdween langzaam uit beeld.
Bij Killin, ten zuiden van Loch Tay, namen we rond 16.11 uur opnieuw een korte pauze. De bergen begonnen zich duidelijker af te tekenen. De route ging verder via Tummel Bridge, door een landschap dat steeds ruiger werd. De Schotse Hooglanden lieten zich van hun mooiste kant zien: lege wegen, donkere bergen en uitgestrekte valleien.
Tussen 20.15 en 22.15 uur kregen we bij Aviemore eindelijk tijd voor een langere stop en een warme maaltijd. Maar terwijl we aan tafel zaten om de kaarten in te tekenen met de route punten die we bij aankomst hadden ontvangen, drong een belangrijk besef door: we waren pas halverwege. Het zwaarste deel moest nog komen.
Vanaf Aviemore veranderde de rally volledig. De komende uren zouden vooral bestaan uit kaartleestrajecten. We pakten de kaarten erbij. Van de negentien kaarten die we vanaf Land’s End hadden meegenomen, zouden we er nu nog vijftien gebruiken. De komende nacht zou alles afhangen van concentratie en samenwerking.
Rond 23.00 uur reden we bij Loch Ness een lange kaartleesregularity. Overdag is dit een toeristische trekpleister, maar midden in de nacht was het een totaal andere wereld. Donkere bergen, een verlaten weg en alleen het licht van onze koplampen. De Triumph reed rustig door het Schotse landschap terwijl de navigator voortdurend bezig was met de volgende aanwijzing.
Via Inverness, Evanton en Helmsdale reden we steeds verder naar het noorden. De nacht werd lang. Heel lang. De kou kroop langzaam naar binnen en vermoeidheid begon een tegenstander te worden. Toch bleef de samenwerking sterk. We wisten dat stoppen geen optie was.
Midden in de Schotse Hooglanden gebeurde iets wat deze rally perfect samenvatte. Op een verlaten bergweg reden we plotseling een militair oefening op de openbare weg binnen. Overal stonden militaire voertuigen. Links en rechts van de weg lagen gecamoufleerde militairen verscholen in het hoge gras. Even leek het alsof we in een filmscène terecht waren gekomen. We reden rustig door en vroegen ons af hoeveel rally's ooit zo’n onverwachte ontmoeting hadden gehad.
Rond 06.30 uur bereikten we Lybster, waar tussen 06.30 en 08.30 uur een ontbijtpauze gepland stond. Het voelde bijna vreemd om na een nacht rijden ineens weer mensen en licht te zien. Een warme maaltijd deed wonderen. Toch wist iedereen: het laatste stuk wachtte nog.
Via de Grey Cairns of Camster en Wick reden we het uiterste noorden van Schotland binnen. De kilometers begonnen te tellen, maar de finish kwam dichterbij.
Om 10.00 uur reden we eindelijk John O’Groats binnen door de finish boog.
De tijdcontrolekaart werd snel ingeleverd bij de bar. Geen groot gebaar, geen lange ceremonie. Eerst moest het besef nog landen.
We hadden het gehaald.
Na meer dan 27 uur onderweg met de Triumph TR3, na honderden kilometers kaartlezen, testen, nachtelijke wegen en minimale rust, stonden we aan het noordelijkste punt van Groot-Brittannië.
De zwaarste dag van de LEJOG was voorbij.
Maar de grootste verrassing moest nog komen…
Dag 6 - De finish, de stilte en het besef van een bijzondere prestatie
Toen we die ochtend om 10.00 uur in John O’Groats de finish passeerden, voelde het bijna onwerkelijk. De afgelopen uren hadden zich als één lange film afgespeeld. De donkere Schotse wegen, het voortdurende kaartlezen, de vermoeidheid die steeds nadrukkelijker aanwezig werd en toch steeds doorgaan. Nu stonden we daar ineens, op het uiterste noordoostelijke punt van Groot-Brittannië.
De Triumph TR3 had het gehaald.
En wij ook.
De eerste handeling na aankomst was praktisch: de tijdcontrolekaart snel inleveren bij de bar. Geen uitgebreide ceremonie, geen moment om rustig achterover te leunen. Daarvoor waren we simpelweg nog te veel bezig met het verwerken van wat er allemaal gebeurd was. Een paar uur eerder reden we nog door de verlaten Schotse Hooglanden, nu stonden we tussen andere deelnemers die allemaal hetzelfde hadden meegemaakt.
Overal zag je vermoeide gezichten met brede glimlachen. Auto’s stonden naast elkaar geparkeerd met sporen van duizenden kilometers avontuur. Modder op de spatborden, opgedroogd vuil op de carrosserie en hier en daar kleine herinneringen aan de afgelopen dagen. Iedere auto vertelde zijn eigen verhaal.
Rond elf uur konden we inchecken in het hotel. De vermoeidheid die tijdens het rijden nauwelijks een kans had gekregen, sloeg nu ineens toe. We hoefden even niets meer. Geen kaarten, geen tijden, geen controles. Alleen slapen.
We vielen als een blok in slaap en werden pas rond vijf uur weer wakker. Langzaam drong het besef door dat de rally echt voorbij was. Die avond wachtte nog een bijzonder moment: het prijsuitreikingsdiner.
In nette kleding verschenen we tussen de andere equipes. Het was vreemd om iedereen niet met een routeboek of stopwatch in de hand te zien. De gesprekken gingen natuurlijk nog steeds over de rally. Over die ene gemiste afslag, die lastige regularity, die onverwachte modderweg of dat moment waarop de vermoeidheid bijna de baas werd.
Toen de resultaten bekend werden gemaakt, volgde een prachtige verrassing.
Wij hadden onze klasse gewonnen en een bronzen medaille.
Na alle uren van voorbereiding, de lange nachten, de uitdagingen onderweg en de samenwerking tussen bestuurder en navigator was dit de mooiste beloning die we ons konden wensen. Niet omdat winnen het belangrijkste doel was, maar omdat het bewees dat alles had gewerkt: de voorbereiding, de betrouwbaarheid van de Triumph en vooral het vertrouwen in elkaar.
Tijdens het diner werd nog lang nagepraat. De verhalen werden steeds groter, zoals dat hoort na een rally. Iedereen had zijn eigen heldenmoment en zijn eigen strijd geleverd. De LEJOG had ons allemaal getest, maar ook verbonden.
Later die avond dachten we terug aan de start bij Land’s End. Toen stonden we aan het begin van een onbekend avontuur. Nu stonden we bijna 2.500 kilometer verder, aan de andere kant van het land.
Moe, trots en met een beker op tafel.
Morgen wachtte alleen nog de terugreis naar huis, maar één ding wisten we zeker: deze rally zouden we nooit vergeten.
Dag 7 - De lange weg naar huis – met een hoofd vol herinneringen
Na de spanning, de vermoeidheid en de euforie van de afgelopen dagen voelde het vertrek uit John O’Groats bijna vreemd rustig. Geen tijdcontrole meer, geen routeboek dat op het volgende onderdeel wees en geen stopwatch die bepaalde of we goed zaten. Alleen nog de terugreis naar Nederland.
Toch was ook deze dag onderdeel van het avontuur. Want na zo’n intense rally stap je niet zomaar weer in de auto alsof er niets gebeurd is. De Triumph TR3 had duizenden rallykilometers achter de rug en wij droegen nog de herinneringen mee van drie dagen waarin alles draaide om concentratie en doorzetten.
Om 07.00 uur vertrokken we vanuit het uiterste noorden van Schotland. Terwijl de motor warm draaide en de ochtend langzaam op gang kwam, reden we opnieuw langs wegen die we de dag ervoor nog midden in de nacht hadden gereden. Nu zagen we eindelijk wat ons toen grotendeels verborgen bleef. De uitgestrekte landschappen van de Hooglanden kwamen langzaam tot leven. Ruwe heuvels, lege dalen en eindeloze vergezichten maakten duidelijk waarom Schotland zo’n bijzondere plek is om met een klassieke auto te rijden.
Via Wick en Inverness reden we zuidwaarts. Onderweg kwamen de bekende namen van de rally opnieuw voorbij. Aviemore, waar we tijdens de lange nachtelijke etappe nog onze maaltijd hadden gegeten, voelde nu bijna vertrouwd. Hetzelfde gold voor de wegen richting Edinburgh. Waar we tijdens de rally vooral bezig waren geweest met kaartlijnen en tijden, konden we nu rustig om ons heen kijken.
Bij Coldstream verlieten we uiteindelijk het Schotse landschap en reden we richting Newcastle upon Tyne. De kilometers tikten rustig weg. Er was tijd om terug te denken aan alles wat achter ons lag: de start bij Land’s End, de donkere bossen van Wales, de lekke band in de modder, de militaire oefening in de Hooglanden, de eindeloze kaartleesuren en uiteindelijk de finish in John O’Groats.
Rond 16.00 uur bereikten we Newcastle. De Triumph werd nog één keer gecontroleerd voordat we aan boord gingen van de nachtboot van Stena Line naar IJmuiden. Aan boord was de sfeer ontspannen. De rallyspanning was verdwenen en maakte plaats voor tevredenheid. Tussen de deelnemers werden de laatste verhalen uitgewisseld. Iedereen had zijn eigen momenten gehad waarop de rally zwaar was geweest, maar juist daardoor was de herinnering zo sterk geworden.
De volgende ochtend om 10.00 uur kwam de boot aan in IJmuiden. De LEJOG 2004 zat erop.
Als we nu terugkijken, blijft vooral het gevoel hangen dat deze rally veel meer was dan een autorit. Het was een avontuur waarin een ruim veertig jaar oude Triumph TR3, twee mensen en een stapel kaarten samen een ongelooflijke prestatie neerzetten.
De eerste gedachte na de finish was misschien wel heel herkenbaar:
Dit doen we nooit meer.
Maar zoals bij zoveel bijzondere rally's veranderde dat gevoel snel.
Want ergens onderweg naar huis kwam die andere gedachte alweer op:
Wanneer kunnen we ons eigenlijk weer inschrijven?